Allerheiligen
Historische context
Allerheiligen valt elk jaar op 1 november en is een van de 10 officiële feestdagen. Het is de dag waarop traditioneel de graven van dierbaren worden bezocht en versierd met chrysanten.
Allerheiligen op 1 november eert alle heiligen, zowel bekende als onbekende. De oorsprong van het feest gaat terug tot de vroegchristelijke kerk, maar het was paus Gregorius IV die in de negende eeuw de datum voor de hele westerse kerk vastlegde op 1 november. De keuze voor het najaar was niet toevallig: de kerk wilde een christelijk alternatief bieden voor bestaande Keltische herfstrituelen rond de doden. De volgende dag, 2 november, werd Allerzielen, gewijd aan de overledenen. In de praktijk lopen beide dagen in België door elkaar: de meeste grafbezoeken vinden op 1 november plaats.
De kern van Allerheiligen is het grafbezoek. Families trekken naar het kerkhof om de graven van hun dierbaren te onderhouden en te versieren met chrysanten en grafkaarsen. Kerkhoven door het hele land zijn op deze dag opvallend drukbezocht. De chrysant is in België zo nauw verbonden met de doden dat het als onbeleefd geldt om ze als cadeau mee te nemen bij een bezoek aan iemand thuis. In de dagen voor 1 november draaien bloemenwinkels en supermarkten overuren: de chrysantenverkoop bereikt dan zijn jaarlijkse piek.
Regionale tradities
Heel België
Families bezoeken het kerkhof om grafstenen schoon te maken, chrysanten neer te leggen en kaarsen aan te steken. Omdat Allerzielen (2 november) geen feestdag is, worden de herdenkingsrituelen geconcentreerd op 1 november.
Wallonië
Bloemenmarkten specifiek voor kerkhofbezoeken verschijnen in steden als Bergen en Luik. Families kopen chrysanten en grafkaarsen en brengen vaak de hele ochtend op het kerkhof door.
Vlaanderen
Chrysanten zijn zo sterk met de doden geassocieerd dat ze nooit als cadeau bij een bezoek aan huis worden meegenomen. Bloemisten draaien hun hoogste omzet van het jaar rond Allerheiligen.